"Open Source is niet heilig"
Zodra staatssecretaris Heemskerk het heeft over open source software, is de pilot bij het Octrooicentrum nooit ver weg. De staatssecretaris noemt graag het succesvolle gebruik van open source bij het Octrooicentrum.
“Als ik had geweten dat we zo vaak zouden worden genoemd, weet ik niet of we wel pilot-organisatie waren geworden”, lacht Tjeerd van der Laan, hoofd I&A van het Octrooicentrum. “Als IT’er praat ik liever op basis van resultaten. Ik wil eerst dat alles werkt. Zo ver zijn we nog niet.”
Want het Octrooicentrum mag dan vorig jaar de website overgezet hebben op een open source contentmanagementsysteem (CMS), de komende tijd zijn de werkplekken, de groupware en het relatiebeheersysteem aan de beurt. En dat belooft een stuk spannender te worden dan de website. “Dat was eigenlijk een simpele overstap, er is zo veel keus in open source contentmanagementsystemen. Het was een kwestie van kiezen welk systeem het beste bij de organisatie past en dat implementeren.” Van der Laan begrijpt de keuze van ICTU voor het open source CMS Hippo, maar verwacht niet “dat de hele overheid nu direct Hippo moet gaan gebruiken: one size fits all. Zo werkt het natuurlijk niet, je moet ook kijken naar wat bij de organisatie past. En dat is niet overal hetzelfde.”
Het Octrooicentrum werkt al langer met open source software, het was een van de redenen dat Heemskerk het Octrooicentrum in 2007 benaderde voor Nederland Open in Verbinding. Het Europees Octrooibureau in Rijswijk, waarbij Octrooicentrum Nederland in het gebouw huist, gebruikt open source applicaties die ook gedeeld worden met andere lidstaten: “Om op een eenduidige manier te werken in Europa. En daar zat een praktische reden achter. Als je ons vraagt om een licentie aan te schaffen, dan kan dat, maar een land als Malta heeft daar geen geld voor.” De Europese software richt zich op het elektronisch indienen en afhandelen van octrooiaanvragen. “Veel wordt al digitaal afgehandeld, en we werken nu ook aan digitale dossier-inzage.” Hoewel licenties inderdaad een smak geld kosten, betwijfelt Van der Laan of je met de overgang op open source veel geld bespaart. “Wat ik niet kwijt ben aan licentiekosten, ben ik wel kwijt aan migratiekosten. Dan wordt er gezegd dat het gerekend over vier jaar een grote besparing is, maar dat moet ik nog zien. Want over vier jaar gaan we misschien weer over op andere open source software. En hebben we dus weer te maken met migratiekosten.”
Koppelingen maken
De eerste (Europese) ervaringen met open source waren positief – en
samen met een gunstige businesscase voor het Octrooicentrum genoeg
reden om in te gaan op het verzoek van Heemskerk. Ook in tweede aanleg
is Van der Laan nog steeds erg te spreken over het gebruik van open
source software. “Wat we zien bij onze pilot is dat je omgevingen goed
naast elkaar kunt laten bestaan. Er is hele mooie open source software
te krijgen, maar je kunt niet alles in een keer vervangen. Ons
financiële systeem bijvoorbeeld, daarvoor is geen volwaardig open
source alternatief. Alleen het koppelen en met elkaar laten werken van
die twee omgevingen, dat is waar het soms lastig wordt.”
Want je kunt ‘closed’ en ‘open’ omgevingen prima naast elkaar laten bestaan, maar hoe koppel je ze aan elkaar? “We merken dat het aan de open source kant eenvoudiger integreren is, terwijl dat aan de closed source kant soms lastig is. We wilden bijvoorbeeld dat onze werknemers maar een keer hoefden in te loggen om toegang te krijgen tot alle programma’s. Ook het koppelen van e-mailomgevingen was een vereiste. Zodra er van de open standaarden wordt afgeweken komen de problemen. Dan moeten de leveranciers en onze techneuten aan de slag om de problemen op te lossen.”
Van der Laan legt vooral de nadruk op het gebruik van open standaarden, op de koppelingen. Open source is wat hem betreft niet heilig. “Vrije keuze is mij heilig. De webapplicatie van ons financiële systeem draait bijvoorbeeld alleen in Internet Explorer. Dat is een probleem. Ik vind het niet erg dat ik Microsoft-producten kan gebruiken, ik vind het erg dat ik ze moet gebruiken.”
Webbased werken
De overgang naar meer open source software betekent dat het
Octrooicentum ook meer en meer webbased gaat werken. Het klantsysteem
bijvoorbeeld, draaide alleen op Windows. “Dus wordt het klantsysteem
ook webbased. Op die manier proberen we afhankelijkheden los te weken.”
En zo maakt het werken via de Citrix-server langzaam plaats voor
webbased werken. “Webbased werken is ook veel aantrekkelijker en
prettiger, omdat je nog gemakkelijker overal kunt werken. Dat moet de
gebruiker straks ook ervaren.” De testgroep van vijftien man werkt nu
al met de open source groupware. Daaruit bleek onder meer dat de nieuwe
software nog niet volledig voldeed. “Binnen Economische Zaken delen we
adresboeken met elkaar. Maar in de nieuwe groupware kun je alleen de
volledige lijst inzien, van alle organisaties die onder Economische
Zaken vallen. Dus je kunt niet alleen het adresboek van bijvoorbeeld
SenterNovem bekijken, of van alleen het ministerie. Dat was niet
werkbaar, dus op dat vlak hebben we de software laten aanpassen.”
Het Octrooicentrum kon dat gewoon doen, omdat de pilot onder de aanbestedingsgrens zat. “Maar dat kan een probleem worden voor grotere overheidsinstanties die wel moeten aanbesteden. Want stel dat ze een geschikt product vinden en dat product is alleen in het Engels beschikbaar. Als je in een vroeg stadium van de aanbesteding hebt gezegd dat de Nederlandse taal een harde eis is aan de software, dan hang je. Feitelijk moet je dan nee zeggen tegen een geschikt open source product.” Een onwenselijke situatie, vindt Van der Laan. “Je kunt ook investeren in die software, zorgen dat het vertaald wordt, en het dan teruggeven aan de community, aan de andere overheidsinstanties. Maar dat moet wel mogelijk zijn, de aanbestedingsregels zijn heel strikt. Als je verder wilt met open source moet je stoppen met het kopen van producten en op zoek gaan naar oplossingen.”
Bron: http://digitaalbestuur.nl/db-diep/open-source-is-niet-heilig

